Lao Zi, een biografische beschrijving

Deze beschrijving is zorgvuldig samengesteld uit diverse bronnen, waaronder de oudste versies van de Dao Deh Jing,en de geschriften van Zhuang Zi en Liezi (in eigen hertaling). De genoemde discipelen van Lao Zi staan in de Liezi en de Zhuangzi vermeld.


De persoon Lao Zi

Volgens de mythen was zijn geboorte zeer bijzonder: een 'maagdelijke' geboorte uit de oksel van zijn moeder die zwanger was geworden van een 'druppel zoete dauw'. Hij werd pas geboren 81 jaar na het begin van de zwangerschap en zijn moeder stierf van schrik toe ze hem zag. Ontdaan van de mythische betekenis betekent dit waarschijnlijk dat hij op hoge leeftijd verlicht werd – een maagdelijke (weder)geboorte – en zijn 'ego' liet vallen of sterven

Volgens de Chinese historicus Sima Qian was Lao Zi afkomstig uit het dorp Queren in de gemeente Li in het district Ku, in de staat Chu. Zijn achternaam was Li, zijn voornaam Er, zijn hofnaam Boyang.

In de Liezi en Zhuangzi wordt Lao Zi werd ook Lao Dan, de 'Oude Langoor' genoemd en mogelijk ook Lao Lai Zi en Lao Shang.

Zi, meestal vertaald door Meester, betekent ook: 'kind' een verwijzing naar de mystieke sjamaan – ook Lao Zi zelf verwijst steeds naar het zijn 'als een kind', in de zin van onbevangen zijn, zonder verlangens of gedachten.

Lao Zi leefde in de zesde eeuw v.C tot in de vijfde eeuw en is zeer oud geworden. Het is ook mogelijk, gezien de zeer hoge leeftijd die aan hem toegeschreven wordt, dat het om een aantal Wijzen met dezelfde inzichten gaat die samen de naam 'Lao Zi',  de 'Oude Meester' toegekend werden. Toen Confucius (551-497 v.C) eenenvijftig was bezocht hij Lao Zi/Lao Dan en dat moet dus rond het jaar 500 v.C. geweest zijn.

Lao Zi was net als zijn tijdgenoot Boeddha Siddharta een Verlichte leraar, een Wijze. Waarschijnlijk raakte hij op latere leeftijd verlicht. Na een loopbaan als archivaris aan het Hof van Zhou had hij zich teruggetrokken in het zuiden, in Pei. Hoewel hij de voorkeur gaf aan een leven op de achtergrond was hij bereid onderricht te geven in zijn verlichtingsleer aan zijn discipelen en anderen. In Pei had hij een verblijf met een zaal en kamers voor discipelen.

Lao Zi en zijn leer

De verlichtingsleer van Lao Zi, in de vorm van uitspraken, is na mondelinge overlevering op schrift gesteld in de Dao Deh Jing, uiteindelijk in de vorm van 81 verzen of Hoofdstukken met een vijfduizend karakters.

Veel van zijn leer heeft betrekking op de Dao, hoewel deze niet in woorden te vatten is. “Nog weet ik niet de werkelijke naam, maar als ik het moet benoemen zeg ik 'Dao' en deze is 'groots'.”.

De leer van Lao Zi, zoals beschreven in de Daodeh Jing is vaak verkeerd begrepen doordat latere Confucianistische commentatoren zoals Hesshang Gong en Wang Bi niet alleen commentaar gaven op het geschrift maar ook een door henzelf geredigeerde tekstversie opstelden met sociaal-politieke vertekeningen. Door deze vertekende versies van de Dao Deh Jing wordt zijn mystieke leer vaak ten onrechte voor politieke filosofie aangezien, een gegeven dat een eigen leven is gaan leiden, ook in de Westerse vertalingen en wetenschap. In de Liezi noch in de Zhuangzi staan politieke uitspraken van Lao Zi.                                                                         Moderne  mystici erkennen Lao Zi als Verlichte Meester, vaak zelfs als een van hun leermeesters, zoals Eckhart Tolle en Ken Wilbers.

Indien uitgegaan wordt van Lao Zi als Verlichte  Meester volstaat het vaak alleen al het woord 'Heerser' in veel verzen in de Dao Deh Jing te vervangen door 'Degene die heerst over zijn denken/voelen, over zijn “Hart” of “Hsin”, of  "degene die zichzelf beheerst".  Dan worden 'politieke' aanwijzingen voor een Heerser juist aanwijzingen voor meditatie, het beheersen van de geest!.       Zijn leer is in wezen heel eenvoudig – Lao Zi: “Mijn woorden zijn heel eenvoudig te begrijpen en makkelijk toe te passen – maar er is niemand die ze begrijpt of toe weet te passen”.  De eenheid der tegenstellingen speelt een belangrijke rol in zijn leer, zoals in het begin van de Dao Deh Jing waarin de paren van mooi en lelijk, goed en kwaad, iets en niets, lang en kort steeds als complementair worden weergegeven.

Evenals de Liezi en de Zhuangzi bevat de Dao Deh Jing veel aanwijzingen voor meditatie en de daarbij passende geesteshouding, zoals “wu wei”, het handelen zonder handelen, het handelen zonder betrokkenheid. Daarbij hoort ook het laten varen van pretenties, onthechting, afstand nemen.


Lao Zi over zichzelf:

De eigen persoon van Lao Zi komt naar voren in de Dao Deh Jing in die Hoofdstukken waarin hij naar zichzelf verwijst als ik'. Meditatie is daarbij een van de regelmatig voorkomende onderwerpen, zoals in H.16 waarin hij stelt de 'hoogste leegte te zoeken, de diepste stilte te bewaren waarin alle dingen tezamen verrijzen en 'ik' dit stilzittend waarneem'.

Lao Zi hield zich vaak afzijdig van het gewone leven:

“De meute heeft altijd redenen (voor actie)

Ik alleen ben verstomd en hardnekkig in rust

Want ik sta alleen en ben anders

Ik vertrouw op de Dao”.(H.20 van de DDJ)


De visie van Lao Zi op de Wijze

“De Wijze beheerst de wereld in zichzelf en maakt zich niet druk. Onthecht putten zijn activiteiten hem niet uit. Hij is slechts getuige, kan de wereld loslaten en zo blijft zijn geest vrij, verbonden met de Dao, in harmonie met de Deh”.

“Daarom stelt de Wijze: Door te handelen zonder betrokkenheid wordt het Zelf sterker, door de stilte te minnen ordent (de geest van) het Zelf zich vanzelf, door zonder verlangens te zijn komt het Zelf tot zijn oorspronkelijke eenvoud”.

“Daarom, in de beheersing van het zelf door de Wijze

Is hij voor de buik en niet voor de ogen

Zo neemt hij afstand van 'dat' en neemt 'dit'”.(H.12 van de DDJ; met 'buik'wordt de onderbuikchakra of in Zen de Hara bedoeld)


De Jia van Lao Zi: zijn Discipelen

Hoewel Lao Zi zelf een behoorlijk aantal in de Liezi en Zhuangzi met name vermelde – en onbekende- discipelen had, is er niets bekend over een Meester van Lao Zi. Over deze discipelen is meer te lezen in de Liezi en de Zhuangzi.

Guan Yin Zi

De bekendste discipel van Lao Zi is de 'Wachter van de Bergpas' Guan Yin Wen Zi. Zijn naam wordt ook wel weergegeven als Yin Xi, Yin Zi en Wen Zi/Tzu.  Zelf was Yin Zi weer een van de leraren van Lie Zi. Volgens de traditie heeft Lao Zi bij zijn 'overgang naar het Westen', bij zijn sterven, zijn leer aan Yin Zi doorgegeven in de vorm van de Dao Deh Jing. Mogelijk heeft Yin Zi deze leer zelf opgetekend of op laten tekenen door zijn discipelen.

In de Liezi (H.3 II) staat:

'Oude Langoor sprak tot Yin van de Bergpas: “Wie is in staat de wil van de Hemel (de Dao) te duiden? Zelfs de Wijze heeft het hier moeilijk mee”, een citaat uit H.73 van de Daodeh Jing (wat overigens meestal verkeerd wordt weergegeven als 'wat gehaat wordt door de Hemel, wie kan dat duiden).

Lao Zi en Yin Zi worden een aantal malen in teksten in de de Liezi en de Zhuangzi samen genoemd als Meesters met een gelijke leer.


Lie Zi

Lie Zi en Zhuang Zi zijn de bekendste Daoïstische Wijzen die als volgeling van Lao Zi worden gezien. Zhuang Zi is geen directe volgeling, daar hij enige eeuwen later leefde dan Lao Zi.

Lie Zi daarentegen zou een directe discipel van Lao Zi geweest kunnen zijn – in zijn geschriften staan twee teksten over de Meester Lao Shang (Lao Zi?) als een van zijn leraren. Daarin wordt verhaald dat Meester Lie Zi na drie jaar studie onder Lao Shang 'niet meer durfde na te denken over goed en fout en niet meer te spreken over juist en onjuist'. Lao Shang schonk hem toen voor de eerste keer een blik; na vijf jaar meditatie durfde hij weer over deze onderwerpen te denken en ze weer ter sprake te brengen waarop Lao Shang ontspannen glimlachte. Na zeven jaar maakte hij totaal geen onderscheid meer en mocht hij op de mat naast zijn Meester plaatsnemen. Na negen jaar was zijn geest totaal vrij.


Bocheng Zigao

Indien Lao Zi en Lao Shang dezelfde zijn, was een vriend en leraar van Lie Zi,  Bocheng Zigao, ook een discipel van Lao Zi.


Gensang Chu

Gensang Chu was een van de gevorderde discipelen van Lao Zi. Over hem ging het verhaal dat hij 'kon zien met zijn oren en horen met zijn ogen'. Zelf ontkende hij dit, maar gaf wel aan dat hij in staat was tot bovenzintuiglijke waarneming, zijn weten kwam 'spontaan' tot hem.

Hij had zich gevestigd in het Noorden, in het ruige berggebied van Wei Lei met een eigen school met discipelen. Toen de bevolking van het gebied hem wilde eren was hij niet enthousiast. Tegen zijn verbaasde discipelen zei hij:

“Waarom zijn jullie daar zo verbaasd over?....De lente gaat nu eenmaal de Dao volgend over in de herfst. Evenzo verblijft de Wijze in zichzelf als een heremiet in zijn kluis terwijl de gewone mensen rondrennen als een kip zonder kop. Degene die het Zelf wil bewaren houdt zich zoveel mogelijk verborgen”. (H.23 van de Zhuangzi)

Nanrung Zu, een leerling van Gensang Chu,  wilde graag weten wat hij als oudere man nog kon doen om dit Zelf te bereiken, waarop hij van deze aanwijzingen voor meditatie ontving:

“Zorg voor je lichaam,

Concentreer je op je geest

Sla je denken gade”

Toen Nanrung Zu daar niet voldoende aan had verwees Gensang Chu hem door naar zijn eigen Meester, Lao Zi.


Nanrung Zu

Nanrung Zu reisde naar het zuiden waar Lao Zi verbleef. Deze vroeg hem: “Waarom heb je een hele menigte meegenomen?”, doelend op de menigte gedachten die Nanrung Zu in zijn hoofd had. Nanrung Zu begreep hem niet en kreeg op zijn verzoek toestemming als leerling te mogen blijven en een eigen kamer te krijgen.

Van Lao Zi kreeg hij het volgende advies voor meditatie:

Als je je geest tot rust wil brengen

Verblijf in eenheid

Weet stil te zijn

Weet los te laten

Zoek het niet buiten

maar in jezelf

Wees onnozel

Zo onschuldig

als een pasgeboren kind

Lao Zi: “Als je dit bereikt ben je nog niet verlicht, maar in die diepe staat van meditatie kan geluk noch ongeluk je raken en zijn menselijke beslommeringen je vreemd.”


Yang Zhu

Toen Yang Zhu, een discipel van Lao Zi, op weg was naar de woonplaats van deze in Pei vernam hij dat Lao Zi onderweg was naar Qin in het westen. Ze ontmoetten elkaar op een brug bij Liang. Lao Zi wijst hem erop dat hij niets kan leren zolang hij nog zo verwaand blijft:

“Hoe verwaand is die blik van jou! … Degenen met een een krachtig inzicht, een hoge mate van verwezenlijking van hun Deh zijn zich daarvan niet bewust en iemand die verlicht is lijkt niet volmaakt”.

Yang Zhu luisterde eerbiedig naar hem en deed er zijn voordeel mee.

Bij een later bezoek aan Lao Dan vraagt Yang Zhu hem 'hoe een Verlichte Meester in de wereld staat'.

Lao Dan: “De invloed van een verlichte Meester verspreidt zich over de hele wereld maar hij is er niet bij betrokken. … Hij is ondoorgrondelijk en verblijft in de Leegte”.

In de Liezi draagt heel Hoofdstuk 7 de naam van Yang Zhu, die door velen als een 'hedonistisch filosoof' gezien wordt, daar hij zich 'niet bekommerde om de wereld, hij zou er net als Bocheng Zigao 'nog geen haartje voor over hebben'. Dit wordt vaak uitgelegd alsof deze beide Daoïstische Wijzen zich niet bekommerden om de wereld, er niets voor over zouden hebben om de wereld te redden, terwijl er bedoeld wordt dat ze zich geen inspanning wilden getroosten om wereldse zaken te verwerven!

Yang Zhu relativeerde als Wijze het belang van een goede 'ming', reputatie of positie en wees erop dat de mens geen invloed heeft op zijn lotsbestemming.


Cui Qu, de 'Bezorgde Bergvogel'

Cui Qu vroeg Lao Dan eens hoe het 'Hart', de geest van de mensen te beïnvloeden zou zijn zonder het hele rijk te regeren. Deze antwoordde hem:

“Wees maar voorzichtig met het rondrommelen met die geest van de mensen. … De menselijke geest – niet aan banden te leggen!”.


Shi Cheng Qi, de 'Elegant Uitgedoste Geleerde'

Shi Cheng Qi, een elegant uitgedoste geleerde, bezocht Lao Zi eens voor een vraaggesprek. Daar hij de omgeving waarin Lao Zi verkeerde hem nogal rommelig voorkwam uitte hij zijn teleurstelling: “Maar zo te zien bent U helemaal geen Wijze – U hebt zelfs Uw zuster weggestuurd wat niet duidt op medemenselijkheid!”

Lao Zi reageerde niet en gaf geen antwoord.

De volgende dag kwam de ijdele geleerde hem weer opzoeken, alle kritiek had hij laten varen en nu ging zijn hart uit naar Lao Zi.: “Hoe kan dat nou?” was zijn vraag.

Lao Zi antwoordde hem dat concepten geen vat op hem hadden : “Als jij me een paard noemt ben ik voor jou een paard. Als de mensen me werkelijk als zodanig zien accepteer ik dat. Onder alle omstandigheden onderwerp ik mij nederig aan ieders oordeel”.

Bescheiden vroeg de geleerde hoe hij 'zichzelf kon verbeteren'.  Lao Zi antwoordde: “Je uitdrukking is hooghartig en je blik trots. Je gaat zo op in je eigen kennis dat je geen rust kunt vinden; zo aan de grens staand ben je een dief van jezelf”.


Bo Ju, de Rechtzetter

Bo Ju, in de leer bij Lao dan, vroeg hem verlof om over de wereld te gaan zwerven.

“Beter niet”, zei Lao Dan “Waar is de wereld anders dan precies 'hier'!”.

Bo Ju begreep dit duidelijk niet en hield een, verassend modern, betoog over fraude en bedrog.


Lao Zi/Lao Dan en Confucius

Confucius kwam vele malen op bezoek bij Lao Zi, de 'Oude Langoor' Lao Dan, om als 'geleerde' vragen te stellen over de klassieken, de riten, medemenselijkheid en gerechtigheid. Ontmoetingen tussen beiden zijn vastgelegd in de de Zhuangzi, in de Liji van Confucius en in de Shiji van Sima Qian. Ook in de Wenzi wordt een ontmoeting tussen beiden genoemd.

Hun eerste ontmoeting, zoals weergegeven in de Zhuangzi, vond plaats toen Confucius de raad kreeg van zijn leerling Zilu om de vroegere archivaris Lao Dan op te zoeken in verband met de in de archieven bewaarde geschriften. Lao Dan was echter niet erg behulpzaam en daarom begon Confucius de klassieken luidkeels uiteen te zetten aan de hand van ontrolde bamboerollen. Lao Dan wilde alleen maar de hoofdzaken ervan aanhoren, die volgens Confucius uit medemenselijkheid en rechtvaardigheid bestonden:

“Wat een onzin” kreet Lao Dan “Alles onder de Hemel volgt zijn eigen Deh, zijn eigen aard. Als jij dat nu ook zou doen en zou vasthouden aan de Dao, dan ben je reeds volmaakt! Waarom zou je je dan nog vastklampen aan medemenselijkheid en rechtvaardigheid?”.

Teruggekeerd van zijn bezoek uitte Confucius drie dagen lang geen woord. Zijn volgelingen vroegen hem: “Meester, U hebt Lao Dan ontmoet. Hebt U hem nog kunnen onderwijzen?”.

Confucius: “In hem heb ik voor het eerst in mijn leven een Draak gezien. Als hij zich als zodanig belichaamd verschijnt de Draak, in zijn potentie is hij Qi, energie, rijdend op de adem van de wolken, zich voedend met yin en yang. Mijn mond viel open en ik kon hem niet meer sluiten; mijn tong begon zich te roeren maar ik kon geen woord uiten. Hoe zou ik hem dan nog hebben kunnen onderwijzen?”

Toen Confucius een-en vijftig was had hij de Dao nog steeds niet gevonden. Tenslotte ging hij zuidwaarts naar Pei en bracht een bezoek aan Lao Dan. Deze vroeg hem waar hij de Dao zoal gezocht had en dat bleek in de numerologie en de leer van Yin en Yang te zijn.

Lao Dan wees hem op de leer van de Wijzen van de Oudheid, die ongedwongen zwervend het principe van Wu Wei voerden, handelden zonder betrokkenheid. Hij wees hem erop dat: “verlangenloosheid eenvoudig te voeden is en behoeftenloosheid geen krachtsinspanning eist. De Ouden noemden dat rondzwerven om de waarheid te plukken”.

Bij een volgend bezoek probeerde Confucius Lao Dan te betrekken in een filosofische discussie over het onderscheid tussen 'zwart' en 'wit'. “Qiu”, zei Lao Dan: “De Dao is zo dat je deze niet kunt horen en er niet over kunt spreken! Vergeet toch de wereld, vergeet de Hemel en wordt iemand die zichzelf vergeet!”.

Een van de discipelen van Lao (Lai) Zi was eens hout aan het sprokkelen en melde bij terugkeer aan zijn Meester: “Daarbuiten loopt er een figuur rond met een lang bovenlijf en korte benen. Hij heeft een gebogen rug en zijn oren staan wijd uiteen. Het lijkt wel of alle zorgen van de wereld op zijn schouders rusten. Ik kan niet zien wat voor soort mens hij is”.

Lao Zi: “Dat zal die Qiu wel weer zijn! Roep hem maar hier!”.

Vervolgens zie Lao Zi tegen Confucius: “Qiu, laat toch dat pretentieuze air en die betweterigheid van je vallen als je jezelf wijzer wilt maken! De Wijze mens komt alleen aarzelend en met tegenzin in aktie en juist daardoor slaagt hij. Maar wat heb jij nu bereikt met al je daden? Alleen maar een hoop pretenties!”.

Later bezocht Confucius Lao Dan weer eens en vroeg hem naar de 'Allerhoogste Dao'.                                                                                                 Lao Dan: “Beoefen het 'vasten van het 'Hart' om je geest te reinigen en je te ontdoen van alle kennis. De Dao is diep, mysterieus en slechts moeizaam in woorden uit te drukken.” Daarna noemde hij Confucius een aantal verzen zoals die in de Daodeh Jing voorkomen.

Een andere keer bezocht Confucius Lao Dan toen deze net gereed was met zijn rituele bad en doodstil zat, in diepe meditatie, niet langer menselijk lijkend, als een oude boomstronk.

Later gaf Lao Dan hem uitleg:

“Ik liet mijn Hsin, mijn hart/geest zwerven in de oorsprong van alle verschijnselen, de Dao”. Confucius vroeg zich af hoe het was om daar te zwerven, waarop Lao Dan hem antwoordde: “Volmaakte schoonheid en volmaakt geluk”.

Confucius wilde natuurlijk graag 'leren' hoe hij dit kon bereiken. Lao Dan wees hem op de onderliggende eenheid van alle verschijnselen: “bevrijdt je van de veranderlijke persoonsvorm, waarde ligt in het onveranderlijke Zelf”.

Na zijn bezoek zei Confucius tegen zijn volgeling Yan Hui: “Mijn inzicht was als van een vlieg in een wijnkruik, bedwelmd! Als de Meester de kurk niet had verwijderd zou ik me nooit bewust zijn geworden van de grote eenheid van Hemel en Aarde!”

Toch kon Confucius het studeren niet laten en vertelde Lao Zi dat hij zich lange tijd had beziggehouden met de studie en bewerking van de Zes Klassieken en deze grondig beheerste, maar dat geen Heerser naar hem wilde luisteren.                                                                    Lao Zi: “De zes klassieken zijn niet meer dan de verschaalde voetsporen van de 'koningen' van weleer; maar uit deze sporen kan je toch niet opmaken waarom deze zijn gemaakt. Sporen zijn niet hetzelfde als de voetstappen! Leef en transformeer jezelf naar je Deh, je eigen aard!”.

Confucius trok zich drie maanden terug. Na die tijd bezocht hij Lao Zi opnieuw. “Ik heb het begrepen! Hoe kan je anderen transformeren als je jezelf niet transformeert?”.

“Qiu”, zei Lao Zi “Je begint het te begrijpen!”.


Zigong

Aan deze leerling van hem deed Confucius de bekende uitspraak over Lao Zi als een “Draak”. Zigong heeft toen met instemming van Confucius Lao Zi bezocht in zijn hal.


Ontmoetingen van Lao Zi met Mijheer Pang en Shushan, Grootoom Teenloos


Meneer Pang

Een meneer Pang uit Qin had een krankzinnige zoon in wiens geest alle tegenstellingen op zijn kop werden gezet: wit voor zwart, verkeerd als goed. Toen hij op weg ging om Confucius hierover te raadplegen ontmoette hij Lao Dan in Cheng en vertelde hem hierover. Deze vroeg hem hoe hij wist of zijn zoon niet normaal was:  “Als de hele wereld waanzinnig is, wie kan dit dan nog rechtzetten? Wie kent nu nog de betekenis van juist en onjuist? Ook ik kan wel knettergek zijn! Hoeveel te meer geldt dat dan niet voor die 'edelman uit Lu', die boodschapper van de waanzin?“ (Confucius).


Shushan, Grootoom Teenloos

Shushan, de Wijze die zijn voet in het verleden door een 'misstap' was kwijtgeraakt, ging eens al strompelend Confucius opzoeken die hem onwelwillend ontving. Toen Shushan hem erop wees dat hij 'datgene behouden had wat meer waard was dan een voet' verontschuldigde Confucius zich: “Neemt U mij mijn domheid niet kwalijk. Wilt U, Meester, niet binnen komen en mij Uw inzicht bijbrengen?”.

Daarna vertrok Shushan, bezocht Lao Dan en sprak er met hem over. Toen Lao Dan hem vroeg waarom hij Confucius niet had laten inzien dat leven en dood één zijn, net als juist en onjuist, antwoordde Shushan:                                                                                                              “Het is zijn eigen geest waardoor hij geboeid blijft – hoe kan hij zich dan uit deze kluisters bevrijden?”.


Het einde van het leven van Lao Zi

Volgens de mythisch/religieuze versies van het leven van Lao Zi als Taishang Laojun is hij in wezen onsterfelijk; hij is in een aantal sterfelijke incarnaties opgetreden zoals enige malen als Lao Zi, als de eerste Boeddha en de Christelijke Mani.

Sima Qian vermeldt van Lao Zi dar hij op de grenspas naar het Westen “een geschrift samenstelde in twee delen, waarin hij de leer van de Dao en de Deh uiteenzette in vijfduizend woorden, heen ging en niemand weet hoe of waar hij gestorven is”.

In de Liezi vertelt Guan Yin Zi aan zijn leerling Laocheng, dat Lao Zi lang geleden, toen hij zich gereed maakte voor zijn reis naar het Westen, toen hij ging sterven, zich tot hem richtte met de volgende woorden:                                                                                                               "Alles wat leeft en vorm heeft is slechts een illusie. …..Alleen diegene die beseft dat leven in werkelijkheid een illusie is en de dood in werkelijkheid verandering, kan beginnen de diepe leer van de Dao van mij te leren”.

In de Zhuangzi staat in het oudste deel, de Innerlijke Geschriften, die geacht worden van de hand van Zhuang Zhou zelf te zijn, een paragraaf over de begrafenis van Lao Zi/Lao dan:

Qin Shi op de begrafenis van Lao Dan

Toen Lao Dan gestorven was, overgegaan was naar het 'Westen', kwam de kluizenaar Qin Shi zijn eer betuigen. Hij slaakte driemaal een kreet en verliet het vertrek. Toen de discipelen van Lao Dan hem vroegen of dit voor een vriend van de Meester wel de juiste manier was om zijn rouw te betuigen antwoordde Qin Shi:                                                                                                                                                              “Ja, ik dacht dat hij een Wijze was, maar ik zie dat dit onjuist is. Hij heeft een grote groep volgelingen aangetrokken die ook nog eens om hem rouwen! De Meester kwam toen het zijn tijd was en ging ook weer toen het zijn tijd was. Heb toch vrede met deze natuurlijke gang van zaken en verdriet noch vreugde zullen je beroeren, De Ouden noemden dit het bevrijden van de geest van zijn boeien en kluisters!”.

Hier wordt het verlicht zijn, de kracht van het inzicht in zijn Deh, zijn eigen aard, van Lao Zi in twijfel getrokken........!